Van alles wat je een jong kind kunt meegeven, is een rijke woordenschat één van de meest waardevolle. De woordenschat die een kind in de eerste jaren opbouwt (voor de leeftijd van 3), vormen namelijk de basis voor hoe het kind later leert lezen. Juist in de vroege jaren gaat het leren van woorden razendsnel. Als pedagogisch professional kun je dat proces enorm ondersteunen - en muziek is daarbij een van je krachtigste middelen. Niet als vrolijk extraatje, maar bewust ingezet. In dit artikel nemen we je mee in waarom liedjes en muzikale spelvormen zo goed werken voor de woordenschat, en hoe je ze inzet op de groep.
De babytijd
Voor de allerkleinsten is het in de taalontwikkeling belangrijk om veel te luisteren naar taal. Daardoor oefenen hun oren, hersenstam en hersenen met het onderscheid kunnen maken tussen verschillende klanken. Pas als het kinderen lukt om onderscheid te maken tussen de klanken die ze horen, kunnen ze overgaan tot het kunnen gaan koppelen van klanken die samen een woord vormen en een betekenis leren. De basis voor het onderscheiden van klanken wordt gelegd vanaf het de moment dat een kind in de baarmoeder kan horen. Als baby zie je ook dat kinderen zelf al oefenen met klanken; hoe meer gekke geluiden een kind maakt, hoe beter! Spiegel dit dus vooral; zo stimuleer je deze vroege taalontwikkeling.
De dreumes en peutertijd
Vanaf de leeftijd van 1 jaar zijn kinderen goed in staat om woorden te gaan begrijpen. Dit begint met woorden die ze veel gebruiken, denk aan werkwoorden zoals drinken/eten/lopen, of met woorden die een object aanduiden wat favoriet is zoals een woord wat de lievelingsknuffel aanduidt. Het is in deze fase belangrijk om telkens in gedachten te houden dat het enerzijds goed is om aan te sluiten bij het taalbegrip van een kind door je taal wat te versimpelen, maar anderzijds je ook telkenbs bewust te blijven van de zone van naaste ontwikkeling. Juist door voldoende aan te bieden wat een kind nog niet begrijpt, zal een kind dit leren. Als ze alleen aangeboden krijgen wat ze nu weten/kunnen, dan zal het leerproces minder vlot verlopen en dat is zonde want de hersenen zijn in deze jonge jaren enorm leergierig en efficient als het gaat om het opbouwen van de woordenschat.
Uit onderzoek blijkt dat de woordenschat die een kind rond zijn derde levensjaar heeft, sterk samenhangt met hoe soepel het kind later leert lezen als het op de basisschool in groep 3 zit. Een kind dat veel woorden kent en begrijpt, herkent de woorden namelijk in een tekst en snapt beter wat het leest. Als je hier iets meer over wil lezen, verwijzen we je graag naar de Basislijst Amsterdamse Kleuters. Deze lijst biedt een mooie handreiking voor welke woorden een kind zou moeten leren kennen voordat het naar de basisschool gaat, en ook wordt er helder uiteengezet (onderbouwd met onderzoeken) hoe die stevige basiswoordenschat kinderen later in het leven helpt.
Opbouw van woordenschat
Net als bij veel andere vaardigheden zijn deze jonge jaren zowel een kansrijke - maar ook een kritieke - periode. Woorden die een kind vroeg en vaak tegenkomt, verankeren zich stevig; wat pas later op gang komt, kost meer moeite. Alle reden dus om de allerkleinsten juist nú, en met plezier, veel met taal in aanraking te brengen. En laat dat nu precies zijn wat zo makkelijk gaat met muziek!
Waarom liedjes zo goed werken voor woordenschat
Verschillende dingen maken liedjes bijzonder waardevol voor het opbouwen van woordenschat.
1. Het eerste element is intonatie. In liedjes is de intonatie van de tekst rijker dan in gesproken taal. Er worden klanken of woorden benadrukt door melodie, waarbij ook de melodie kan helpen om helder te maken waar een zin eindigt en een nieuwe begint. Omdat de klanken meer van elkaar verschillen, is het voor een kind makkelijker om ze van elkaar te onderscheiden. Een kind kan zo makkelijker oefenen.
2. Het tweede element is herhaling. Een liedje zing je niet één keer, maar keer op keer - vandaag, morgen, volgende week. Daardoor komt een kind hetzelfde woord telkens opnieuw tegen, in dezelfde context en op zijn eigen tempo. Het krijgt alle ruimte om een klank eerst te herkenne, waarna het kind het woordt kan gaan herkennen, vervolgens te begrijpen en uiteindelijk zelf te gebruiken. Zo leert een kind precies in zijn zone van naaste ontwikkeling: het zet een volgend stapje zodra het daar zelf klaar voor is.
3. Het derde element is beweging. Bij veel liedjes horen gebaren: klappen, stampen, iets omhoog of omlaag doen. Die bewegingen helpen het kind om de betekenis van een woord te begrijpen. Een kind dat bij het woord 'hoog' zijn armen omhoog steekt, koppelt het woord aan een ervaring - en begrijpt daardoor beter wát het woord betekent. Taal wordt zo niet alleen gehoord, maar ook gevoeld, en dat laat woorden beter beklijven. Als je hier meer over wil lezen is het leuk om wat op te zoeken over hoe sensorische ervaring kinderen helpt bij het aanleren van woorden.
Muzikale spelvormen die woorden laten beklijven
Muzikale spelvormen kunnen gericht ingezet worden om bepaalde woorden aan te leren. Een paar voorbeelden:
- Hoog en laag: gebruik een object dat past bij het seizoen (bijvoorbeeld een bloem. een schelp, kastanje of sneeuwbal). .Zeg het woord met een hoge stem en houd het object hoog; zeg het daarna met een lage stem terwijl je het object omlaag brengt. Het kind koppelt 'hoog' en 'laag' tegelijk aan je stem, je beweging en leert het woord kennen.
- Luister en tel met iets dat geluid maakt: Gebruik bijvoorbeeld een feesttoeter. Toeter jij één keer, dan toeteren jullie daarna allemaal éénmaal op jullie neus; toeter je twee keer, dan toeteren jullie daarna allemaal twee keer op de neus. Zo oefen je luisteren, tellen en de bijbehorende woorden in één speels moment.
- Bewegingsliedjes met kernwoorden: Kies een liedje met duidelijke doe-woorden (springen, draaien, stampen) en doe ze samen voor. De beweging geeft het woord meteen betekenis. Je kan ook juist kiezen voor themagerichte liedjes om de woordenschat gericht te vergroten (denk aan de seizoenen).
De kracht van muzikale spelinteractie zit in dat een woord langs meerdere kanalen tegelijk binnenkomt: horen, doen en zien. Daardoor onthoudt een kind het beter dan wanneer je het woord alleen zou benoemen.
Van weten naar doen
Het goede nieuws: je hoeft geen apart ingewikkeld (taal)moment in te richten met een gerichte activiteit om de woordenschat te ondersteunen. Het zingen van een liedje heeft juist waarde doordat er veel herhaling is. Een liedje hoef je als pedagogisch professional dus maar één keer te leren, en vervolgens kan je dit veelvuldig inzetten. De moeite om het te leren is laag, het effect op de taalontwikkeling groot. Vooral momenten die dagelijks terugkeren zijn kansrijk: denk bijvoorbeeld aan een vast liedje bij het aan tafel gaan of het aankleden. Ook thema- en seizoensliedjes lenen zich hier goed voor: een liedje over regen dat je samen zingt zodra het begint te regenen, geeft jou een automatisch moment dat je er aan denkt dat je het liedje kan zingen, zonder dat je dit hoeft vast te zetten als activiteitn in je adgplanning. Het is juist deze natuurlijke herhaling - verspreid over de dag en het jaar - die maakt dat liedjes zo effectief zijn in het ondersteunen van de taalontwikkeling, waarbij er dus écht niet veel voorbereidingstijd nodig is als pedagogisch professional.
Muziek en taal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en woordenschat is daar een mooi voorbeeld van. Wil je breder lezen hoe muziek de taal van jonge kinderen ondersteunt? Kijk dan bij hoe muziek de taalontwikkeling ondersteunt. En ben je op zoek naar concrete ideeën om zelf met muziek aan de slag te gaan? - Je hoeft daarvoor trouwens echt niet muzikaal te zijn! - Lees dan muziek maken met jonge kinderen, hoe doe ik dat?